Tekstgrootte      
Terug naar overzicht

Oplossingen voor kantorenmarkt

 

21 september 2011

Vraag en aanbod op de Nederlandse kantorenmarkt lopen op het moment zover uiteen, zo blijkt uit recente marktcijfers van DTZ Zadelhoff en andere makelaars, dat voor een deel van de voorraad eigenaren en beleggers hun verlies zouden moeten nemen. Dat is natuurlijk zuur, maar het biedt wel kansen op een gezondere markt de komende jaren.

In de eerste zes maanden van 2011 was er verbetering zichtbaar op de Nederlandse kantorenmarkt. De opname van kantoren steeg 18% naar 565.000 vierkante meter. Maar dat is zeker niet voldoende om het ook nu nog stijgende aanbod van meer dan 7 miljoen vierkante meter lege kantoorruimte te compenseren. Op dit moment staat volgens DTZ Zadelhoff zo’n 14% van de kantorenvoorraad leeg. CB Richard Ellis komt zelfs op 16,4%.

Transformatie
Er moet dus wat gebeuren, aldus marktkenners. Zij vinden onder meer dat de mogelijkheden voor transformatie van lege kantoren naar bijvoorbeeld scholen, zorginstellingen, appartementencomplexen, studentenhuisvesting of hotels verruimd moeten worden. Bestemmingsplannen laten een dergelijke herontwikkeling overigens lang niet altijd toe. Daar ligt dus een taak voor gemeente, om hier flexibeler mee om te gaan. 

Sloop
In sommige gevallen zal sloop onvermijdelijk zijn, zegt vastgoedkenner Gerdo de Jager recent in een artikel. Hij wijst erop dat in de afgelopen twintig jaar gemiddeld 80.000 vierkante meter per jaar aan de voorraad werd onttrokken. Nu zal dat volgens FGH Bank, de grootste vastgoedfinancier in Nederland, vele malen meer dienen te zijn.

Beperkt bijbouwen
Een totale bouwstop van kantoren is onrealistisch, zeggen kenners. Maar er zal wel veel minder kantoorruimte moeten worden bijgebouwd. Daarbij pleiten marktvorsers voor een regionale aanpak, zodat de onderlinge concurrentie tussen gemeenten minder wordt en er gemeenteoverstijgend realistische plannen kunnen worden gemaakt.

Er is nog wel degelijk belangstelling voor nieuwe, duurzame kantoorgebouwen op levendige plekken als binnensteden met winkels en vertier en locaties in de buurt van grote treinstations. De meeste leegstand is immers te vinden bij panden die in de jaren ’70 en ’80 zijn neergezet op ongezellige kantoorparken zonder goede openbaarvervoerverbindingen. Gemeenten en ontwikkelaars zien dat nu terdege in en kiezen gelukkig nu al voor een beperktere nieuwbouw van betere kantoren, op goede plekken.

Terug naar overzicht